Het onderwijs bereidt kinderen voor op de samenleving van vandaag én op de samenleving van morgen. Maar op welke manier doen we dat eigenlijk? Welke vaardigheden hebben kinderen nodig om later zelfstanding keuzes te maken, verantwoordelijkheid te nemen en actief deel te nemen aan de samenleving?

Die vragen worden steeds belangrijker. We spreken veel over burgerparticipatie en over een samenleving waarin mensen meer verantwoordelijkheid nemen, maar een participatiesamenleving ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om burgers die zelfstandig kunnen denken en in filosofische dimensies, vragen durven stellen, verschillende perspectieven kunnen bekijken en bereid zijn om verantwoordelijkheid te nemen.

Kinderen leren denken

Filosofie kan hierin een belangrijke rol spelen. Dat betekent natuurlijk niet dat we kinderen op de basisschool meteen ingewikkelde filosofische theorieën of zware filosofische boeken moeten aanbieden. Het gaat er juist om dat we vanaf jonge leeftijd een basis voor filosofisch denken leggen.

Op de basisschool kan dat heel eenvoudig beginnen door kinderen vragen te stellen en met hen te filosoferen over onderwerpen die aansluiten bij hun leeftijd en belevingswereld. Wat is eerlijk? Wanneer is iets goed of fout? Waarom moeten we regels volgen? Wat betekent vrijheid? Kun je altijd zeggen wat je denkt? Waarom moeten we rekening houden met anderen?

Kinderen hoeven daarvoor geen ingewikkelde theorieën te kennen. Het gaat in eerste instantie om nieuwsgierig zijn, vragen durven stellen, nadenken en leren luisteren naar verschillende antwoorden. Naarmate kinderen ouder worden en zich verder ontwikkelen, kan deze basis steeds verder worden uitgebreid. Op de middelbare school kunnen bijvoorbeeld steeds meer filosofische ideeën, theorieën en denkers worden geïntroduceerd.

Op deze manier wordt filosofie niet iets wat pas op latere leeftijd of alleen aan de universiteit thuishoort. Filosofisch denken kan vanaf de basisschool onderdeel worden van de ontwikkeling van een kind en gedurende de verdere onderwijsloopbaan worden meegenomen.

We vergeten soms dat kinderen zelf al uitstekende filosofen zijn, ze stellen voortdurend vragen en zijn nieuwsgierig. Het onderwijs zou die nieuwsgierigheid niet alleen moeten behouden, maar juist moeten versterken.

Filosofie en democratie

Een democratische samenleving heeft filosofen nodig, mensen die bereid zijn naar andere te luisteren, hun standpunt kunnen uitleggen en kunnen erkennen dat een ander perspectief waardevol kan zijn. Mensen die niet alleen vragen wat zij zelf willen, maar ook nadenken over wat rechtvaardig en verantwoord is voor anderen. Daarom hebben filosofie en democratie veel met elkaar gemeen. Een democratie vraagt om filosofen die het algemeen belang dienen.

De participatiesamenleving begint bij het onderwijs

Wanneer we willen dat burgers in de toekomst actief deelnemen aan de samenleving, moeten we ze daar ook op voorbereiden. Dat betekent niet dat ieder kind op de basisschool politiek actief moet worden, het betekent dat kinderen leren dat zij onderdeel zijn van een samenleving en dat hun keuzes gevolgen kunnen hebben voor anderen.

Participatie begint immers niet wanneer iemand achttien wordt en voor het eerst mag stemmen. Het begint veel eerder: wanneer een kind leert luisteren naar een ander, een eigen mening vormt, vragen stelt, verantwoordelijkheid neemt en fouten herkent. Daarom is filosofie geen luxe binnen het onderwijs. Het kan een manier zijn om kinderen voor te bereiden op deelname aan de participatieve democratie.

Een investering in de lange termijn

Een participatiesamenleving bouwen is geen project dat binnen één jaar of twee klaar is. Het is een langetermijnproces. Juist daarom moeten we verder vooruit kijken.

Als we willen dat toekomstige generaties actief, zelfstandig en verantwoordelijk kunnen bijdragen aan de samenleving, begint dat bij de ontwikkeling van kinderen. Het onderwijs kan kinderen niet alleen voorbereiden op een beroep. Het kan hen ook voorbereiden op leven in een samenleving waarin zij hun plichten nakomen.

Misschien moeten we daarom niet alleen vragen wat kinderen later moten kunnen, maar vooral welke mensen we willen dat zij worden.

Dat is uiteindelijk ook de vraag achter het onderwijs.

Een misschien begint een participatieve democratie wel met iets heel eenvoudigs: een kind dat een vraag stelt én een volwassene die zegt ”Laten we daar samen over nadenken!”

Participatie is naar mijn mening dan ook veel meer dan werken, belasting betalen of vrijwilligerswerk doen. Het gaat ook over ontwikkeling. Wat precies onder participatie en plichten valt, is een onderwerp dat ik in een afzonderlijk artikel verder zal toelichten.

Posted in

Plaats een reactie